The Shape of Water

Opnieuw neemt Guillermo del Toro ons mee naar een prachtige wereld vol details en liefde, waar geweld nooit ver onder de oppervlakte zit. The Shape of Water is een sprookje voor donkere tijden, dat ons wil leren liefhebben en wil leren luisteren naar de ander, nu mensen alleen maar verder uit elkaar lijken te drijven.

“I wanted to make a movie that was in love with cinema and in love with love itself.”

The Shape of Water is de nieuwste film van de Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro (o.a. Cronos, The Devil’s Backbone, Pan’s Labyrinth, Hellboy) en werd genomineerd voor maar liefst 13 Oscars, waaronder beste film, beste regie, screenplay, actrice en production design – eerder won de film al een Gouden Leeuw in Venetië, 2 Golden Globes en 11 BAFTA nominaties. Niet gek, voor een outsider die niet altijd de makkelijkste weg kiest met zijn projecten. Ook The Shape of Water klinkt nogal out there – hoe maak je een romance tussen een schoonmaakster en een soort meerman geloofwaardig? Maar de regisseur heeft er lang over nagedacht; als zesjarig jongetje zag Guillermo Creature From The Black Lagoon (Jack Arnold, 1954) en hoopte hij vurig dat het monster het meisje zou krijgen. Toen dat (bij lange na) niet gebeurde, nam Del Toro zich voor om ooit het verhaal te schrijven waarin ze nog lang en gelukkig zouden leven. Ook al een sprookje, nietwaar?

Verliefd op een amfibie
Het is rond 1960. De VS en Rusland zijn verwikkeld in de Koude Oorlog en beide landen doen er alles aan om de ander voor te blijven. Schoonmaakster Elisa (Sally Hawkins) werkt iedere nacht in een top secret complex, samen met haar collega en vriendin Zelda (Octavia Spencer). Met haar buurman Giles (Richard Jenkins) kijkt Elisa oude Hollywoodfilms en –musicals en ze luistert naar zijn verhalen, hoewel ze zelf niet kan praten. Op een nacht ontdekt ze in één van de kamers in het complex een amfibisch wezen (Doug Jones) in een bassin, dat uit de Amazone is meegenomen en nu vastgeketend en gemarteld wordt. Elisa glipt stiekem naar binnen en eet vanaf nu elke nacht haar lunch naast het bassin. Ze raakt bevriend met het wezen en wordt zelfs verliefd. Elisa wil hem helpen ontsnappen, maar korporaal Strickland (Michael Shannon) kan dat niet zomaar laten gebeuren en steekt er een (stroomstoot)stokje voor.

Bloedmooi
Er zijn zoveel aspecten die The Shape of Water een wonderlijk mooie film maken (zie de lijst met Oscar-categoriën) maar Elisa en het wezen vormen het hart van de film. Beide personages zijn outsiders, wat typisch is voor Del Toro. Vaak komen er in zijn films creatures en mensen voor die net niet in de echte wereld passen. Ze zijn onbegrepen, horen misschien niet eens thuis tussen de rest van de mensen, maar zijn alle intrigerend op hun eigen manier. Beide personages spreken niet, waardoor Elisa en het wezen vanaf het begin af aan gelijkwaardig zijn – kwam ook goed uit, aangezien Del Toro dialogen schrijven één van de moeilijkste onderdelen van het filmmaken vindt. Hij schreef de rol van Elisa speciaal voor Sally Hawkins (“When I cast actors, I cast eyes”) en wat een prachtzet: je kunt je ogen niet van haar afhouden – hoe ze de wereld in kijkt en hoe ze, geïnspireerd op stille films, ritmisch over het scherm beweegt. Enkel die Amazonische riviergod trekt je aandacht van haar weg; bloedmooi gemaakt en rechtstreeks uit Del Toro’s dromen. Nou ja, de ontwerpfase duurde 3 jaar en pas een jaar daarna bestond het wezen echt, gestalte gegeven door vaste monsterman Doug Jones.

De échte monsters
Elisa en het wezen zien elkaar zonder enige beperking of gebrek. Maar Elisa is geen Disney-prinses die een prins nodig heeft om compleet te worden, haar bestaan hangt niet af van de ander. En ook het wezen behoeft geen transformatie voordat ze samen kunnen zijn; de ander is al perfect, er is alleen begrip nodig (in tegenstelling tot bijvoorbeeld La Belle et la Bête, waarin het monster eerst weer een prins moet worden, voordat ze gelukkig kunnen zijn). Het liefdes- (en seks!-) element had eenvoudig plat of ridicuul kunnen worden, maar het is juist voorzichtig, vol liefde en hoop. Del Toro weet een geweldige balans te creëren tussen liefdevol en bruut. Alles rond het wezen en Elisa is het eerste; alles rond de strak gespannen Strickland is het tweede. Net als de flessen-scène in Pan’s Labyrinth moet deze goed-nare gast weer net even harder geweld toepassen dan je zou verwachten. Mensen zijn pas échte monsters, is de boodschap. Maar gelukkig staan hier goeie vriendschappen en onverwachte genegenheid tegenover (iedereen zou zo’n trouwe vriendin en buurman moeten hebben!). De film wordt ook nergens cynisch, want cynisme is er volgens Del Toro al genoeg in de wereld. We moeten niet bang zijn voor ‘de ander’, stelt hij, maar ‘de ander’, die wij wellicht niet direct begrijpen, juist omarmen.

Tastbaar
De werelden van Del Toro zijn iedere keer opnieuw een pracht om naar te kijken. Zo tastbaar, vol details en zo ontzettend kleurrijk. In sommige delen van zijn films wil je wónen – je wéét gewoon dat elk laatje dat je opentrekt gevuld zal zijn en achter elke deur de wereld doorloopt. Dat tastbare is ook een van de redenen dat het wezen zo realistisch overkomt, want Del Toro weet maar al te goed dat pakken, protheses en mechanische onderdelen veel beter werken dan CGI (hoewel de ogen en bepaalde gezichtsuitdrukkingen niet anders konden, net als de shots aan het einde). Je wilt haast zélf naar het scherm reiken, om je vingers langs die schubben te laten gaan waaronder talloze blauwe sterrenpuntjes plotseling oplichten…

Guillermo del Toro wilde een film maken “that was in love with cinema and in love with love itself”, en dat spat van het scherm. Niet alleen bevat de film veel beelden en muziek uit andere films, maar het spreekt ook uit het gebruik van bepaalde technieken (‘dry-for-wet’) en de heuse musicalscène in zwart wit. Zaken die aan de basis staan van filmliefde, en ongetwijfeld niet alleen aan die van de regisseur zelf. The Shape of Water is een sprookje, maar naast de mooie delen is er ook geweld en haat die komt met de angst voor het onbekende en met over lijken gaan om je eigen doel te bereiken. Parellellen met de huidige wereld zijn niet moeilijk te verzinnen, er zit duidelijk meer onder het oppervlak dan enkel de prachtige beelden. Liefde en water: het vormt zich om je heen, het overspoelt je, je kunt erin verdrinken. Het kan ijskoud zijn maar ook gloeiend heet en als je volledig kopje onder bent is al het andere flink vervormd. The Shape of Water doet soms huiveren, maar voelt tegelijkertijd als een warm bad. Het maakt niet alleen de wereld van film, maar ook de echte wereld na afloop een stukje mooier. En dat is de kracht van liefde, én van cinema.